
Waarom oliebollen in ossenwit?
Oliebollen bak je lang, op een hoge temperatuur, en vaak in een paar rondes achter elkaar. Dat vraagt veel van het vet. Ossenwit kan dat goed aan.
- Hoog rookpunt. Het rookpunt ligt rond 250 °C. Oliebollen bak je op 180 °C. Er zit dus ruimte tussen, en het vet gaat niet roken.
- Stabiel. Ossenwit is grotendeels verzadigd vet. Dat breekt bij verhitten minder snel af dan de meeste oliën. Ook na meerdere rondes bak je nog in goed vet.
- Zoals vroeger. De ouderwetse oliebol kwam uit rundvet. Wie zegt dat ze vroeger lekkerder waren, heeft het vaak over deze buitenkant: krokant en goudbruin.
- Een ingrediënt. Er zit niets anders in dan gesmolten runderniervet. Geen E-nummers, en lactosevrij en glutenvrij.
Hoeveel ossenwit heb je nodig?
Oliebollen moeten kunnen drijven. Hoeveel vet dat is, hangt af van je pan. Een beker is ongeveer 800 gram.
- Friteuse: kijk eerst in de handleiding of vast vet zoals rundvet mag. Sommige friteuses willen dat je vast vet eerst apart smelt. Vul altijd tussen de minimum- en maximumstreep.
- Pan op het vuur: neem een ruime, hoge pan en vul hem hooguit voor een derde. Dan blijft er ruimte als het vet bruist.
- Bijvullen: houd een extra beker achter de hand. Na een paar rondes zakt het niveau.
Haal het vet altijd eerst uit de beker. Wil je ook nog patat bakken in de dagen erna? Dan is een pakket van vier tot zes bekers een handige maat.
Recept: oliebollen zoals vroeger
Voor ongeveer 20 oliebollen.
Ingrediënten
- 500 gram bloem
- 1 zakje gedroogde gist (7 gram)
- 450 ml lauwe melk
- 1 ei
- 1 theelepel zout
- 1 eetlepel suiker
- 150 gram krenten en rozijnen
- 1 zure appel, in kleine blokjes
- ossenwit om in te bakken, genoeg om je pan tot de vulstreep te vullen
- poedersuiker
Zo maak je het beslag
- Laat de krenten en rozijnen 15 minuten wellen in warm water. Laat ze goed uitlekken en dep ze droog.
- Meng de bloem met de gist, de suiker en het zout in een grote kom.
- Klop het ei door de lauwe melk. Roer dat in delen door de bloem, tot een glad en dik beslag.
- Roer de krenten, rozijnen en appel erdoor.
- Dek de kom af met een theedoek. Laat het beslag een uur rijzen op een warme plek, tot het ongeveer twee keer zo groot is.
Zo bak je ze
- Smelt het vet rustig. Haal het ossenwit uit de beker en snij het in stukken. Op kamertemperatuur gaat dat heel makkelijk. Laat het in een ruime pan smelten op middelhoog vuur tot het helder is. Gebruik je een friteuse, volg dan de handleiding voor vast vet. Begin nooit op vol vermogen, dan kan het vet op de bodem plaatselijk te heet worden.
- Breng het naar 180 °C. Heb je geen thermometer? Bak eerst een klein balletje beslag. Komt het binnen een paar tellen bruisend boven, dan is het vet klaar.
- Schep de bollen in het vet. Doop twee lepels of een ijsschep eerst even in het hete vet. Dan glijdt het beslag er makkelijk af.
- Niet te veel tegelijk. Bak er hooguit vier tegelijk. Anders zakt de temperatuur en worden ze vet.
- 6 tot 8 minuten. Draai ze halverwege om. Veel oliebollen draaien zichzelf om als de onderkant klaar is.
- Laat ze uitlekken. Leg ze op keukenpapier en bestuif ze met poedersuiker.
Twijfel je of ze gaar zijn? Breek er een open. Van binnen moet het deeg luchtig zijn, niet nat.
Veelgemaakte fouten
- Te koud vet. De oliebollen zuigen vet op en worden zwaar. Wacht tot het vet echt op 180 °C is, ook tussen de rondes door.
- Te heet vet. Buiten donkerbruin, binnen nog rauw. Zet het vuur iets lager.
- Natte krenten. Druppels water in heet vet spatten. Dep de krenten goed droog.
- Te kort gerezen. Dan worden de oliebollen klef. Geef het beslag de tijd.
Na het bakken: het vet bewaren
Gooi het vet niet weg. Laat het afkoelen tot het nog net vloeibaar is en zeef het door een fijne zeef of een kaasdoek. Bewaar het afgedekt in de beker, koel en donker. Zo kun je ossenwit vaak een aantal keren gebruiken, zolang het fris ruikt en licht van kleur blijft. Bak er op nieuwjaarsdag bijvoorbeeld patat in.
Een tip: na oliebollen kan het vet een vleugje van het zoete deeg meenemen. Ruik er even aan voordat je er iets hartigs in bakt. Ruikt het nog fris, dan kun je het gewoon gebruiken.
Is het vet na een aantal keren op voor het bakken? Dan kun je het misschien nog gebruiken als vogelvoer. Smelt het, roer er zaad door en laat het opstijven. Dat kan alleen als het vet niet zwart gebakken is.
Samengevat
Oliebollen bakken in ossenwit is bakken zoals vroeger: op 180 °C, in een vet dat de warmte goed aankan, met een krokante, goudbruine buitenkant als resultaat. Haal het vet uit de beker, vul je pan tot de vulstreep, en na afloop bewaar je het vet gewoon in de beker voor de volgende keer. Bestel op tijd, zodat je ossenwit er is voor oudejaarsdag.
Bekijk het ossenwit in de webshop
Veelgestelde vragen
- In welk vet bak je oliebollen?
- In een vet dat een hoge temperatuur goed aankan. Oliebollen bak je op 180 °C. Ossenwit heeft een rookpunt rond 250 °C en blijft bij 180 °C stabiel. Zo werden oliebollen vroeger ook gebakken: in rundvet.
- Op welke temperatuur bak je oliebollen?
- Op 180 °C. Is het vet kouder, dan zuigen de oliebollen vet op. Is het heter, dan zijn ze buiten donker voordat ze van binnen gaar zijn.
- Hoeveel ossenwit heb je nodig voor oliebollen?
- Dat hangt af van je pan. Het vet moet tussen de minimum- en maximumstreep staan, en oliebollen moeten kunnen drijven. Een beker is ongeveer 800 gram. Smelt het vet eerst en vul daarna bij tot de streep.
- Kun je het vet na de oliebollen nog gebruiken?
- Ja. Laat het afkoelen, zeef het en bewaar het afgedekt en koel. Je kunt ossenwit vaak een aantal keren gebruiken, zolang het fris ruikt en licht van kleur blijft. Bak er op nieuwjaarsdag bijvoorbeeld patat in. Na zoete baksels kan het vet een vleugje van het deeg meenemen.
- Proef je het rundvet in de oliebol?
- Ossenwit heeft een milde, volle smaak. Je oliebol smaakt naar oliebol, met een ouderwetse, krokante buitenkant.
- Wat is het verschil tussen ossenwit en ossewit?
- Geen. Het zijn twee schrijfwijzen van hetzelfde gesmolten rundvet.
Deze gids is informatief en bevat geen medisch advies. Inhoud is met zorg samengesteld door de OSSENWIT-redactie. Heb je een vraag of correctie? Mail ons via de contactpagina.